woensdag 7 januari 2015

Oppervlakkige Ikke

maandag 5 januari 2015
16:25



Zo is Wijsheid maar een van de vele middelen om zich een weg te banen doorheen de duisternis, men drage ze als een fakkel, die bij een te lang gebruik volledig opbrandt, er zijn dan ook fakkels genoeg, het vuur kan u zelf maken. Het visioen daarentegen wijst als een kompas de uitgestippelde weg aan, het instrument zelf heeft nood aan vernieuwing opdat het beste resultaat verkregen kan worden. En derde raadgeving is de algemene conditie in de gaten te houden, de boog kan niet altijd gespannen staan. Zelfs al staat de waakzaamheid, de concentratie tuimelt doorheen de slaap. Wie subiet niet weg is, is gezien. Er hangt geen wolkje in de lucht, er is de onverstoorde zon. En men weet allang dat men er in gerold is, het stuk sluit zich niet af, men werkt met eindeloosheden, ergens is de schakelaar tussen start en stop. En dat wat niet eindigt, zal zich steeds herhalen, als U nog meedoet, dan Wij ook. Van op een afstand knallen de pijnen, men hoort ze niet, ze slierten in alle kleuren

Diep In een nacht

Lichaam, emotie en denken wil men verscheuren, structuren gaan ten onder, daders schimmen weg, redders met witte helmen, Syria breidt zich uit, hartverbrijzelend. Zovelen de mond gesnoerd en zovelen die niet weten wat zij zeggen, weinigen beseffen de werkelijkheid, de waarheid verbergt zich achter alles wat nog muur kan zijn. Ogen smeulend van brandende hoop, twijfel verwringt zich in de knoop, hartekreten van pijn, kretend voor dat ene teken, dat duidelijke sein. Djibriël, Micha'il, Rafaël of Lucifer,  maakt het nog iets uit? Werken zij niet allen samen als Engelen en is het niet, hoe meer, hoe liever? Komt Het Licht dan uit de Hemelen of bloeit het diep in uw lichaam, vullen uw longen zich met uitwasemingen of is de borst vervuld van Liefde. Zijn wij dan krankzinnig of bent U doof? Laten we de wanhoop dan maar achter ons en zullen we verzuilen indien we achterom kijken? Zwijg dan toch, zwijg want men daagt God uit, en hoe moet Hij reageren?

Arme Mens

Waarom ook? Hij die begint zal Zelf moeten eindigen, de scheidsrechter is het al eeuwen beu, het spel kent geen winnaars meer. Evolutie maalt ons er door heen. Men geeft de mens een macht en wat doet hij er mee? Mooie ringen, lelijke dingen, U vraagt, wij draaien. Stemmen kriskras in het denken, men krijst in een hoofd, zonder ooit gehoord te zijn, men brult uit alle kracht, onmachtig schijnt de  woordeloosheid, ze krijgt geen ruggensteun. Hoe diepzinnig is dan het gezicht, waarvan de ogen een duisternis aanschouwen die zich niet laat oplossen door betuttelingen uit een fraai tijdperk. Dat wat we niet weten laat zich inwikkelen in elke nieuwe verfilming van hetzelfde sprookje, eenmaal anders maar toch steeds niks anders dan de geboorte van alweer een Mens, stralend op een doek. Ideëel getooid, vergezeld van doorwinterde emoties, dit is mijn lichaam, wij slikken het, door en door. Climax en anticlimax staan alle twee op dezelfde trap, U vraagt, wij zwijgen. Slikken.

Met ingehouden Aanroep

Ik ken mijn Broedertje Hoop en ik ken mijn Zustertje Dood en mijn vijand is de voorbij schietende Schim, verloren, vermomd en verwaand In de afgescheidenheid dat geen deel wil zijn van Ons. In dit geval gaat het niet meer om goed of slecht, links of rechts, het is werkelijk een gevecht op leven en dood. De ene dag staat de Schim aan je zijde, de andere dag jaagt het op jou. De wereld kijkt nerveus toe, want men weet niet meer welke zijde te kiezen, een zijde die nooit gesponnen had mogen worden. Men kiest niet meer voor de Mens, men kiest voor datgene wat comfortabel is, en waardoor men weer in een geruststellende gedachte het goede kan vereren. Want het Goede is niet Slecht, en heeft het o zo goed met ons voor. Tot op die dag, het niet meer van onder komt, maar van boven, en men snapt het niet meer, want men was zo overtuigd van het zichtbare. Hoog was Hemel en Laag was Hel, kortzichtig, jawel. De weg van Onenigheid is even eindeloos als onparig. Het verschil is o zo zichtbaar en aanwezig.

Een onmetelijk verlangen

Van uit een kracht die men de OerEenheid zou kunnen noemen, maar men noemt het de Oersoep, omdat men niet wil horen dat vanuit één snaar alle toonaarden tegelijkertijd en toch niet door elkaar klinken. Drukkende neus op de feiten, de ogen scheel, oren die leeglopen, verstand op nul en zo gaan we maar door. Zo was het altijd al, nietwaar? En men ziet heftig schuddende hoofden verwoeds de Nee grijnzen, hilarisch is dat spel van ja en nee, onbetaalbaar zijn ook de statistieken die het aandurven iets te bewijzen, dolkomisch zijn ook de verhalen over een koud en doods universum. Men ziet mensen lijnen trekken, waardoor ze later de kleur begrenzen, zodat de vlakken een klanknaam kunnen krijgen, die dan in vorm worden gegoten op het ritme van de enige bekende maat, het welles of nietes. Toegegeven, wat is men met alle dingen die onzichtbaar en afwezig lijken? Wat is men met die God die zich niet laat zien? Wat is men met de Liefde die ons altijd weer ontsnapt? En waar dan is die Ziel?

Vol Vuur

O, verademing, waarom denk ik toch te kunnen verbeelden wat allang bestond? Waarom wil ik herscheppen wat mij in het geheel vooraf was? De toekomst vleidde zich ronkend in de schoot en begon te spinnen, de dromen resoneerden haarfijn mee in de deining van het gekleurde ademhalen, o zo tijdloos, hervat in een oogwenk, een hhrrrrr en een bakkende klauw. De open haard brulde van het geharste hout en af en toe knapte een vonk tot aan de voeten, een schreiende warmte maakte zich meester van een koud gelaat. Ogenschijnlijk gingen de wangen meegaander hangen, de zaligheid diepte zich breder, en opnieuw kwam er dan dat alouds verhaal vanuit een diep verleden. Ik Ben dus Ik Ben dus Ik Ben, de naam is Ik en Jij houdt van Mij en samen zijn we Wij en later worden we deel van Zij die hier niet meer zullen zijn. Toen kwam ook de Aloude Geeuw, het hoofd verzonk in de aanhoudende resonantie van haarfijn en zilvergrijs Weten, het hoefde niet meer te Zijn, en de tijd zou pas later binnensluipen…

Vergeefs

En terecht, men is niet altijd op tijd, ondanks alle moeite, ondanks het vermogen vooruit te zien, men mist vele malen de kans, evenzo ontsnapt men ook op het nippertje aan de dood. Is het Chance of is het Miserie, het bewustzijn verblijft in alle mogelijkheden omdat het Werkelijke Leven in geen enkele mogelijkheid vermoord kan worden, wat niet wil zeggen dat men er zich bewust van moet zijn.  Maar goed, men houdt het liever op toevalligheden en men mikt op een brein waar zowaar een verstand doorheen sijpelt dat samen te vatten is in alle vloeistoffen eindigend op 'ine', en dan meerijmen op een machine, van a tot z, prachtig is dat bundelend hoofd dat veel meer nodig heeft dan zichzelf. Hijgend en puffend komt het klaar bij het verorberen van de zoveelste 'input', schrokkende contractie van zoveel toevallige precisie, het Wonder vergeet men decisief, men wil alleen nog zoekende zijn en bij elke naderende vondst veinst men de eureka, en dan roept men ineens Ikke, Ikke, Ikke...


Wege en Wikke