dinsdag 7 april 2015

Marvelous Blackbird

zaterdag 14 maart 2015
17:35



Elk begin is half gewonnen, de helftjes verstaat men als deeltjes en partikelen oftewel Materie, het begin start in een weergaloze ruimte dat vanuit het niets weet te bloeien tot de meest begerenswaardige bloem, ontluikend in die bekoringen, die ons allen de harten bespeelt en de geest vereert. Het zaad en de voleindiging. En Wij de toeschouwers. Alzo komt ook de laatste machtige God aan zijn einde, wegkwijnende en teneur geslagen pijnen die het verdriet nog lang laten weerklinken, O arme mens, wilt gij Hem dan niet? Toen Jezus het woord verkondigde was al dit allang voorspeld, God is geen mens, geen beeld, geen symbool, en terecht kon men niet anders dan het te vergelijken met Liefde, want dat is dan dat Goddelijke, in Alles. Maar de mens kennende, duurt het nog een paar eeuwen voor de juiste toon weerklinkt, van ja inderdaad - zelfs het woord Liefde is maar niets vergeleken met het Eeuwige Leven Vol van Vreugde.

 In den Heerlijkheid

Men make een cirkel, men geve de hand aan zijn naaste, en men sluite de rangen, en men opene het hart, dat zoals steeds Eeuwig en altijd in het centrum zal verblijven. Het is niet van U, niet van mij, het is van Ons Allen. Dat men daar nu nog ruzie over kan maken is een blasfemie op zijn eigen. En het is al erger geweest en het zal altijd beteren, de gehele koestering, daarin bevindt zich een jij en een ik, opdat de ontmoeting zich steeds kan voltrekken. Het systeem van 7 is een versimpeling van het geheel, maar symbolisch kan het wel wat vatten, en dus wist de Materie niet beter dan in elke wederhelft grondtoon en kwint aan te slagen, zodoende kon men aan de resonantie zien hoe ver men wel al stond in de harmonie. Men is toch zo verblind door illusoire macht en schoonheid, het zijn die uiterlijke kenmerken van beloftevolle toenaderingen naar een subtieler inzicht. En dus heeft men een leiding die niet bestaan kan zonder verbindingen, zonder indrukken, zonder klankborden.

Stem, Oor, Klank

Met dit alles beschrijven we alweer een drie-eenheid die zich in het nietigste wezen uit, en de volgorde... Ach, voor sommigen kan ze van belang zijn. Men vraagt toch ook niet welk punt van de gelijkzijdige driehoek het belangrijkst is? U wel? Het tolt en draait in een denkend hoofd, maar indien men nog hoger stijgt - wat natuurlijk maar een uitdrukking is, eventueel kan men ook dieper of verder dan dat gaan - zonder van zijn sokkel te vallen, dan ziet men in klare taal de duidelijkheid van een onlosmakelijke drie-eenheid, en dan pas valt het op hoe die kracht verbonden is met 4 andere entiteiten, alwaar men het geheel vat. Een beeldspraak dienende voor het denken, een kleine buiging van een wezen dat ons allen vooraf ging en ons komt vertellen dat ook Hij zijn voorgangers heeft. Men kan dan stellen dat iedereen zich maar beter nietig kan voelen, alsof de ruimte van ongelooflijke afstanden en lichtwerken - daar onder verstaat men: sterren - ons dat nog niet genoeg liet inzien.

 Jij, Af,Heel

Los en dus niet vast, maar zachtjes aan behorende tot het onderlingse, tot ook U die stem verheft met Hen allen en wetend, JAH!, het enige antwoord op het Leven dat maar niet wil eindigen, en voor je het weet begin je weer opnieuw, het begint altijd met een onhoorbaar buitenzintuiglijk zuchten en het eindigt in een eeuwige uitademing, ja, zeker, en in het nagalmen van elke cadens is er voor de ontvankelijke mens telkens weer een zoemend ohm, het sluiten van de lippen, de voleindiging. En zo brak dan in alle stilte de morgen weer je hoofd, een hoofd dat niets hoeft te dragen, noch je rug of benen, de siddering van het Leven is de drager van ons Allen, de Jij en de Ik zijn daar niet toe in staat. Slechts wanneer men het samengaan kent van in elkaar opgaande jij's en ikjes, pas dan kan men deel nemen aan het gebeuren. En dus staan we weer voor hare lieflijke uitnodigende Liefde die dansend in een zwenking ons wijst waar het feest vandaag aangevat wordt.

De Ontvankelijkheid Zelve

Waar we elke dag wel aan voorbijgaan, deelt u de seconden in meerdere helften en u kan in elk deeltje waarnemen hoe die uitnodiging nooit verdwijnt. En inderdaad is er die regel, De Materie nodigt uit, maar het feest laat dat alles achter en kan alleen in de Geest zijn, andersom zou het alleen maar een maskerade bal worden, vrees ik. Vergelijk het met het in rook op gaan, maar verbrandt u niet aan het vuur, zie daar de regels in een bijzonder korte uiteenzetting. En dus variƫren we tussen de 35 en 42 graden en tussen alle koortsaanvallen en rillingen uit, komt daar natuurlijk de algemene statistiek van het smeltpunt dat alweer Ons Allen ter plekke belevendigd met beloftevolle temperamenten. Tussen de lagere en hogere temperaturen ziet men het bliksemen van hier tot ginder, het zijn de over-en-'t-weer aftastingen om met de juiste voeling onder hoge druk het kritisch punt te bereiken van een algeheel onbekende warmtegraad waar Geest zich verlost van alle imago verlagende Materie.

Bemoedigend

Zo is het woord, als het verborgen zaad in ieder, en toch tegelijkertijd ben je dat woord. De eerste regel van de Bijbel had even goed de laatste mogen zijn, daarin is alles vervat. Wat voor meer wil je nog weten? Alsof dat een werkwoord is, nee het is een zelfstandig naamwoord en we zien in de verste verte niemand zonder dat weten geboren worden, en herboren - over and over - tot het ritme een vloeiende streek uithaalt op een gespannen snaar, om die eindeloze ademtocht te vergezellen van klank, kleur en vorm, en dat alles mag beschouwen als licht. Maar licht heeft inhoud, uitstraling en dus eveneens vorm, en zo blijven we nog wel een tijdje doorgaan. Herhalende uitnodiging, naar en van het pad, van het ene been op het andere, en blijven doorgaan. Woekerend met slecht en goed, vol vechtlust voortvarend en bengelend een klepel in de klok, elke slag is het symbool van een ruitvormige ster dat neigt naar een kruisje voor ieders huisje.

Zotte rectificatie

Het hoogtepunt is het akkoord tussen Geest en Materie, de U en jij, een afspraak die zich voordoet als een in zich zelf bijtende slang. Dat wat zogezegd zijnde in Alles is, kan men niet destilleren of afscheiden van daar waar het altijd toe behoorde. Men kan even goed de lege ruimte proberen te splitsen in gezelschap van Sancho Panza en een paar andere nooit-naar-huis-vertrekkende tooghangers. Jawel, tijd alweer om af te sluiten, opdrinken dat glas en trap het af want de morgen hernieuwt zich weer in een aloud mystiek vogelezang… vraag me nog eens of dat de nachtegaal was… De dromen zijn weer uitgeleefd, het lichaam rekt en spant zich om die ontembare Geest toch maar in te tomen, want samen zijn vraagt om regels, en liefst niet te veel, hou het simpel. Het volk rijst langzaamaan in dezelfde dag als voorheen, toch iets anders, klein en subtiel maar toch uitgekookt ontwaart men doorheen de walmende dampen een nieuw elan, een frisse wind op zoek naar gedeelde belangstelling van het Volk


In een geurende Lente