zaterdag 7 februari 2015

Echo en Echo

woensdag 28 januari 2015
1:43


Er is een Harmonie, vergelijk het met een gezond lichaam, zo gezond dat het lichaam niet eens opvalt voor je Zelf. Maar helaas, de ziekte is al eeuwenoud en is op haar hoogtepunt gekomen. Men kan het geen ziekte noemen vanuit een bepaald oogpunt, maar in deze wereld noemt men het zo. Men voelt het aan, maar men is onervaren in het aanvoelen en men raakt verstrikt in het denken, daar waar men de waarde van Liefde Zelve afweegt op het trillende blad van emotie, het uiterlijke en gevoelsmatige van het lichaam in berekening houdende. Men zit vast in waarden en systemen, zelfbevredigende mijlpaal in de geschiedenis. Vroeger had men een stok en men kapte er de waardestrepen in, nu vergaapt men zich aan getallen die het in zich hebben om eindeloos te vermeerderen. Geld is de ziekte en een remedie is noodzakelijk wil men in leven blijven. De zalving smeert men rond je oren als de magistrale bereiding van hulp en steun.

Wat wil je?

De  waardebepaling slaagt tilt, men ijlt, één iemand verkrijgt hopen geld zonder enige moeite, en ander worstelt koortsachtig door het leven, afgesneden van wat hem toebehoort, op zoek naar enige waardebepaling voor zichzelf, elke dag priemen de ogen des doods in zijn ruggewervels. Wie is diegene die durft heersen over een volk, zal hij verdeling zaaien of zal hij het verdeelde samensmelten tot harmonie? Het is een grote verantwoordelijkheid inderdaad, te spelen met de genoegens van een volk, vrede en onvrede oogsten, de mens is nog zo opgedeeld in materiële kleine behoeftes. Maar wie kan dan zeggen dat hem dat niet toebehoort? Juist door dat materiële leren we bouwen en verkrijgen we inzicht in een Leven dat in haar grootsheid zo verscheiden is, maar in haar kleinheid zo samenwerkt dat het geheel eeuwig en altijd is. We nemen deel aan een goddelijkheid, of met een ander woord: een grandeur dat zich nooit of te nimmer zal laten versmachten.

Leven, leven, leven

Er is niets anders dan dat, de dood is slechts een klein moment, een flits en dan een zwart gat in je ogen, een diepe donkere duisternis van even niet te zijn, waaruit je weer geboren wordt, waarna langzaamaan de duisternis van kleur naar kleur opklaart tot die hartelijke zon zich neervlijt in al de cellen die je bent . Niets kan dat ooit veranderen. Men kan niet spreken over het begin van het Leven, die manier van denken is maar een staat van bewustzijn. Net zoals denken op zich maar een onderdeel is van het aanvoelen. We zijn er altijd geweest en er is geen logica nodig om dan tot de conclusie te komen dat we ooit anders zullen zijn, maar nog steeds levend. We kennen en kunnen echt niets anders dan dat. Leven en Geven. Zo vanzelfsprekend. De drijfveer was altijd duidelijk, te zijn wat je altijd al was en te geven wat je vergaart. Waarlijk, makkelijk en moeilijk hebben alle twee ergens een evenredigheid waar ze mekaar omhelzen, opdat wij allen na elke stilstand weer het Leven durven aan gaan.

Telkens weer

Voor al het gedane leed is er dan eindelijk de psychologie, welsiwaar nog verzopen door een Ego dat in bed ligt met de wetenschap die op zich zelf juist nood heeft aan psychologie, mensenkennis en indien verder uitgespit leidt tot het ontluiken van hoe-het-ook-genoemd-moge-worden een Liefde die eindeloos blijvend in ons allen verankerd zit om nader tot mekaar te groeien. Het is juist het samen zijn dat van ons Meesters maakt, door interactie, waarheidsgetrouwe en klaar en duidelijke taal,  vloeien we allen steeds intenser door elkaar, versterkt met elkaar. Je kan geen psychologie beleven zonder de andere. Het is voor elkeen telkens weer een ontdekking te mogen beleven dat wat we dragen zich ook in anderen bevindt, we noemen het een drijfveer, een visie dat opnieuw en opnieuw graag verwerkelijking wil, kwam het van een droom of ben je er mee geboren? Je kan veel alleen, en het siert je geen hulp te vragen, toch komt altijd dat moment, onloochenbaar verzet elke cel zich tegen de afzondering.

De verlossing

Nee niet de dood verlost ons van het lijden, noch het negeren van de problemen, noch het wegvluchten helpt ons vooruit. Het lijden verrast zichzelf met een Leiding die diep in ons allen verankerd zit, en het schudt zich steeds weer wakker in die zwaarmoedigheid, elke dag groeit het in je Zelf, betekenisvol, waardevol, verwachtingsvol. U raadt het, juist dat is wat nooit zal sterven, juist dat is wat we te geven hebben. Wees dus enthousiast want binnenkort erkent men de eeuwige ziel, onsterfelijk leidt het ons die richting uit waar we van houden. Het gehele Nu stuwt zich in een vloeiend majeur, de gezangen van de onvergankelijkheid vernieuwen zich aanhoudend. Denk niet in momenten, maar voel hoe alles met elkaar verweven en besloten is, er is geen slotakkoord, de klank zindert in stilte verder op het puntje van je tong. Smaakvol. De proefneming heeft ons nimmer weerhouden te genieten van de uitzaaiing die ruimteloos doorheen alles ons transformeert in energieke wezens.

Door Wilskracht

En dan hebben we het niet over daadkracht of over slag- en patskracht, integendeel, heel subtiel weet het waar het naartoe wil, tijd is van geen belang meer, het doel zal verwezenlijkt worden. Na elke nederlaag weer een herbeginnen, na elke moedeloosheid weer een aangaan van een Leven dat niet te vatten is in een denkend hoofd, laat staan dat we zelfs kunnen aanvoelen wat er zich telkens weer voor onze ogen afspeelt, we naderen, maar we zijn voorzichtig, zoals steeds. Men ziet het gras niet groeien, maar men ervaart het wel, men ziet de zon niet bewegen, en toch, straks wentelen we ons de duisternis in vol van verhalende sterren. En je durft je tevreden te stellen met 'maar een gewoon leventje', ja ik ken het, en ik doe het ook wel eens, maar meer en meer verheldert het innerlijke zo sterk dat het niet anders Wil dan te groeien en alles volledig te Willen Geven in het firmament. Maak dan maar weer een berekening van tijd en afstand, millimetertje hier, kubiekje daar, tussen Jou en Mij

Bent U

Overal, overal waar de meisjes zijn daar is het Bal. Bonzend in elk lijf, U en Wij en Ik en Jij, samen cirkelend beschrijven we een schijf rond een Allesgevende Zon, we delen ze in vier seizoenen, weken, dagen, uren, en blijven alles verder onderverdelen tot in het oneindige om dan weer in alle geniepigheid het ondeelbare bloot te leggen. Elke Materie vertelt ons steeds weer wat en waar we staan, al mag ze onzichtbaar wezen, gebakken lucht, ondeelbaar water, ontelbare zandkorrels, er is geen enkele Materie die zonder Geest is, er is dan ook geen enkele ervaring die je niet kan beleven, en maak je niet ongerust, het hoeft niet alles tegelijk, we bepalen zelf de richting van het beleven. In onze kleinheid verkrijgen we de macht het gehele punt te verwijden tot alle omstreken. Zoals Altijd Al. Licht brengt je overal, we bedoelen met Licht de innerlijke helderheid, een klaarheid die zich voordoet wanneer je voelt dat je Leeft. Vanuit elke hoek stromen de heerlijkheden der ondeelbaarheden in en door ons, Bim en Bam.


Welluidend